Veel academici hebben last van ‘hun eeuwige innerlijke criticus’ en het imposter syndroom waardoor ze zich afvragen: ben ik wel goed genoeg? Ze proberen dat stemmetje met argumenten het zwijgen op te leggen, maar dat is bijna onmogelijk. Laten we kijken wat je wél kunt doen.

Jeanet* zit letterlijk met de handen in het haar. Twee dagen geleden was ze nog op een belangrijke conferentie in Barcelona. De hot shots uit het veld waren er aanwezig en zij mocht een presentatie houden.

Helaas, op het moment suprême was ze zo zenuwachtig dat ze niet uit haar woorden kwam. Na afloop kreeg Jeanet snijdende feedback van haar begeleider. “Ik moet echt zelfverzekerder worden, anders kan ik mijn carrière in de wetenschap wel vergeten,” vertelt ze me met tranen in de ogen.

Jeanet is zeker niet de enige die met dit soort situaties worstelt.

De vraag die de helft van de academici bezighoudt

In mijn werk kom ik ook succesvolle hoogleraren tegen die nog af en toe het gevoel hebben dat ze ieder moment door de mand kunnen vallen of het gevoel hebben dat ze (nog) niet goed genoeg zijn. Dit fenomeen wordt het imposter syndroom genoemd. Juist in academia, waar kritisch denkvermogen zo wordt getraind, hebben veel mensen er last van.

Recent onderzoek laat zien dat met het opleidingsniveau ook het aantal mensen dat met onzekerheid worstelt stijgt. Dr. Jacqueline Brassey is global director learning & development bij McKinsey en verbonden aan verschillende universiteiten in binnen- en buitenland. Zij doet onderzoek naar naar onzekerheid onder werkenden.

In het Financieel Dagblad (30 aug. 2019) vertelt Brassey: “Meer dan vier op de tien mensen piekeren op een gemiddelde werkdag een paar uur of ze wel goed genoeg zijn. Onder hoogopgeleide professionals loopt dit percentage al op tot meer dan de helft.”

Je bent dus zeker geen uitzondering als je geregeld last hebt van onzekerheid en kritische gedachten over jezelf.

Waarom een presentatiecursus niet de oplossing is

Jeanet zou graag willen dat ze net zo soepel kon presenteren als haar collega Marja. Het presenteren lijkt haar altijd moeiteloos af te gaan. Ze maakt zich geen zorgen en schudt negatieve feedback van zich af. Na afloop krijgt ze altijd positieve feedback en legt ze contacten om samen met anderen papers te schrijven. Dat zou Jeanet ook wel willen.

Toch is een presentatiecursus niet de oplossing voor Jeanets imposter syndroom. De crux ligt in het stemmetje in je hoofd dat allerlei nare dingen zegt. Deze innerlijke criticus vermomt zich als een serieuze kritische denker, maar ondertussen halen veel van zijn gedachten je gewoon naar beneden. Ze geven je het gevoel dat je niet goed genoeg bent.

Hoewel het soms kan lijken alsof die criticus je helemaal in zijn macht heeft en je je eigen gevoelens niet kunt veranderen, kun je je kritische en analytische vermogen juist gebruiken om meer zelfvertrouwen te krijgen.

Ook Brassey breekt een lans voor de innerlijke criticus. “Zelfkritiek houdt ons scherp en dwingt ons het beste uit onszelf te halen.” Het gaat pas mis als het gaat om ‘een energieslurpende onzekerheid die mensen ervan weerhoudt hun volle potentieel te bereiken’.

Dit kun je voorkomen door je innerlijke criticus van aartsvijand tot vriend te maken. Hieronder vind je de 4 stappen die ik met cursisten vaak doorloop.

Stap 1: Hoera, je hebt het imposter syndroom!

Ongetwijfeld zou je liever geen last van onzekerheid hebben. Dat snap ik helemaal. Ik heb bij mezelf en bij anderen gezien hoeveel pijn de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’ kan opleveren.

Maar door je ondermijnende gedachtepatronen te herkennen en te erkennen, zet een hele belangrijke stap. Je kunt namelijk niet veranderen wat je niet erkent. Zo lang je het niet ziet, kun je er helemaal niks aan doen. Daarom is het geweldig als je herkent wat er gebeurt. Dit is de eerste en belangrijkste stap naar verandering. Niet de leukste…

Stap 2: Gooi er een flinke scheut liefde bij

Zien waar je jezelf dwarszit… au, dat doet pijn.

Wat dan volgt, is vaak extra frustrerend. Je denkt dat je iets niet goed hebt gedaan, zoals Jeanet dat denkt over haar presentatie. Als klap op de vuurpijl krijg je er een extra probleem bij. Een stemmetje dat je op je kop geeft dat je last hebben van die negatieve gedachten. Die zouden er niet moeten zijn, je moet toch beter weten… Herken je dat soort gedachten?

Daarom heb je voor dit soort zelfonderzoek heel veel liefde nodig. Het helpt om je te realiseren dat het heel menselijk is om negatieve gedachten te hebben. En dat het heel pijnlijk kan zijn om je zwakke plekken onder ogen te zien. Tegelijkertijd is het ook heel moedig om te doen en daarom mag je best een beetje lief zijn voor jezelf.

Het imposter syndroom is geen vrouwenkwaaltje. Mannen zijn net zo onzeker als vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Jacqueline Brassey.

Stap 3: Maak van je innerlijke criticus je vriend

Met een scheutje liefde erbij krijg je meteen ook wat meer ruimte om naar je eigen situatie te kijken. Zo kun je gaan onderzoeken: wat gebeurt er nu eigenlijk als je last hebt van het imposter syndroom?

Vaak zijn er hele kritische gedachten, zoals:

– Ik ben niet goed genoeg
– Ik ga vast en zeker een keer door de mand vallen
– Ik had harder m’n best moeten doen

Het zijn gedachten die je een negatief gevoel geven en je niet stimuleren om jezelf te verbeteren, maar die je naar beneden halen.

Het goede nieuws is dat je je eigen vermogen tot kritisch en analytisch kijken kunt gebruiken als tegengif. Want kloppen deze gedachten? Is het echt helemaal waar? Helpt het je om deze gedachten te geloven?

Brassey spreekt in dit verband over ‘mentale spierballen kweken’. En zo is het ook. Want in het begin gaat dit nog weifelend en onzeker. De innerlijke criticus is sterker. Maar als je mentale weerbaarheid toeneemt, kom jij weer aan het stuur te zitten.

“Angst begint in je brein, niet door een situatie. Je bent niet een willoos slachtoffer van een systeem, je kunt daadwerkelijk zelf iets doen,” betoogt Brassey. “Onzekerheid zit tussen je oren. En je hersenen kun je trainen, net als je spieren.”

Lees ook mijn blog: Naar wie luister jij? Leer je innerlijke fan kennen

Stap 4: Blijf uit de theorie en voel je lijf

Wanneer denken en argumenteren je sterke kanten zijn, is het gemakkelijk om daarin te blijven hangen. Bijvoorbeeld door de theorie over het imposter syndroom te gaan lezen of veel na te denken over je innerlijke criticus.

Hoewel kennis heel waardevol kan zijn, zit de kunst toch echt in het toepassen. Meer weten helpt je niks als je het niet ook in de praktijk kan brengen.

Een extra ingang hiervoor is je lijf. Want naast de gedachten zul je de spanning en emoties ook in je lijf ervaren. Door je aandacht te verleggen van je gedachten naar voelen in je lijf, kun je heel veel ruimte creëren. Hoe doe je dat?

    1. Haal 3x diep adem naar je buik. Vaak krijg je van spanning een hoge ademhaling en zo kalmeer je je lijf al iets.
    1. Richt je aandacht op je lichaam. Onderzoek welke sensaties je tegenkomt. Voel je misschien spanning op je borstkas of merk je dat je een vol hoofd hebt? Bekijk wat er opkomt met open vriendelijke aandacht. Daarnaast zijn er ook vaak delen in je lichaam die wel oké voelen. Het kan fijn zijn daar ook contact mee te maken.
    1. Adem door de emotie in het lichaam heen. Je blijft (heel belangrijk!) naar je buik ademen, maar je aandacht stuur je naar de plek waar je de emotie het meeste voelt. Veel mensen vinden dat in eerste instantie wat vaag, maar als ze het doen geeft het direct verlichting. De emotie krijgt de ruimte en krijgt daarmee ook de kans om door te stromen in plaats van vast te gaan zitten, bijvoorbeeld in je schouders of je rug.

Betere presentatie door werken aan je mindset

Jeanets situatie bleek het niet zo negatief als ze dacht. Haar presentatie voelde als een complete ramp, maar dat was het niet. Doorpratend in een coachingssessie bleek dat ze inderdaad pijnlijke feedback had gehad, maar ze had ook complimenten gekregen van collega post-docs en universitair docenten die het inhoudelijk een heel goed verhaal vonden.

Door met deze analytische houding te kijken, zag ze waar gevoel en gedachten klopten en waar niet. Zo maakte ze van haar criticus een bondgenoot die helpt om realiteit en rampdenken te onderscheiden. Dat gaf meteen al meer ruimte en rust.

Twee weken later moest Jeanet weer een presentatie geven. Ditmaal in Toronto. Niet alleen had ze zich inhoudelijk goed voorbereid, maar ze had ook aan haar mindset gewerkt. Daardoor kwam ze een stuk beter uit haar woorden en kon ze veel sterker voor de groep staan. Hiermee heeft ze de eerste stappen gezet naar een leven met meer zelfvertrouwen.

Ga met deze stappen aan de slag en bekijk de TEDx Talk ‘Authentic Confidence Through Emotional Flexibility’ uit 2018 van Jacqueline Brassey. Heb je vragen of wil je een keer met me sparren, mail me dan.

Klik op het plaatje om de TEXx Talk te starten.

Jacqueline Brassey TEDx

* Omwille van de privacy is de naam Jeanet gefingeerd

Bronnen

‘Vier op de tien piekeren elke werkdag uren of ze wel goed genoeg zijn’, FD 30 augustus 2019, https://fd.nl/weekend/1314961/vier-op-de-tien-piekeren-elke-werkdag-uren-of-ze-wel-goed-genoeg-zijn

‘Omgaan met onzekerheid’, Univers 11 januari 2019, https://universonline.nl/2018/01/11/omgaan-met-onzekerheid